Soms is er eigenlijk maar één zin die je wilt schrijven: het gaat hartstikke goed met onze dochter Yara.

En misschien is dat ook precies de zin die ik de afgelopen maanden het vaakst heb uitgesproken. Die vraag krijg ik zó vaak — en elke keer merk ik dat ik al glimlach vóórdat ik antwoord geef. Want ja… het gaat goed. Echt goed.

De transplantatie ligt achter ons. En hoe spannend, intens en allesoverheersend die periode ook was: er is weer toekomst. En misschien nog wel het allermooiste? De gewone dingen komen terug.

We maken weer plannen. We spreken weer af. We leven weer en Yara is daar onderdeel van. Gewoon, simpel, alledaags, een ijsje halen in de ijssalon wat maar 20 minuten lopen is en nog niet zo lang geleden een onoverkomelijke afstand was en nu gewoon kan!

Juist in die alledaagse momenten zit ineens iets buitengewoon moois. Alsof je pas écht voelt wat “normaal” betekent, wanneer het een tijd niet vanzelfsprekend is geweest.

En toen gebeurde er iets geks.

Mijn eigen Camino — waar ik maanden tegenop keek — komt ineens heel dichtbij.

Op 9 september vertrekken we, met een tussenstop bij ons favoriete restaurant in Tordesillas. Op 10 september komen we aan in Tui, in hotel Colón. En ja, natuurlijk gaat mijn hoofd dan meteen aan op symboliek. Colón. Christoffel Columbus. De naam die in Spanje zo verbonden is aan ontdekkingsreizen, aan vertrekken zonder precies te weten wat je tegenkomt, aan een missie met een horizon die groter is dan je eigen comfort.

En ergens voelt dat nu ook zo voor ons.

Niet omdat wij “de wereld gaan ontdekken”, maar omdat we opnieuw durven te vertrekken. Omdat we weer vooruit durven kijken. Omdat het vertrekpunt niet meer alleen angst en spanning is, maar ook hoop. En zin. En vertrouwen dat we onderweg wel zien hoe het loopt.

De eerste wandeldag is vrijdag 11 september. Toen ik begon met trainen, leek 120 kilometer bijna onhaalbaar. Ik zag vooral de afstand. En vooral de onzekerheid: kan ik dit wel? houd ik dit vol?

Nu kijk ik daar anders naar. Niet omdat het ineens makkelijk is — laten we eerlijk zijn, wandelen blijft gewoon… wandelen — maar omdat ik heb geleerd dat bijna alles gaat zoals een Camino gaat: stap voor stap.

En eigenlijk heeft Yara ons dat al die jaren laten zien.

Steeds één stap. Dan weer één. Soms klein. Soms wankel. Soms met een terugval. Maar dan toch weer: één stap vooruit. En voor je het weet, heb je iets gedaan waarvan je eerder niet eens wist of het mogelijk was. Alsof je ongemerkt een berg verzet, terwijl je “alleen maar” bezig was met de volgende stap.

Onze Camino als gezin begon ook niet in Spanje. Die begon jaren geleden. Op het moment dat we besloten: we geven niet op.

En nu… nu lijkt het alsof we eindelijk licht zien aan het eind van een tunnel die soms eindeloos voelde. Zijn we er al? Nee. Natuurlijk niet. Maar voor het eerst in lange tijd voelt de weg vóór ons mooier dan de weg achter ons.

En eerlijk? Dat is misschien wel de mooiste bestemming die je je kunt wensen.

Comments

comments